Bouwgarantie
Een nieuwe woning met bouwgarantie (door Wim Heijltjes)
Wat houdt bouwgarantie in?
Bouwgarantie is geen vast omlijnd begrip. Garanties, bouwgaranties, afbouwgaranties, komen in verschillende verschijningsvormen in verschillende contracten voor.
Bekend uit de woningmarkt voor nieuwbouwwoningen is de garantie die wordt verleend door het GIW (Garantie Instituut Woningbouw) en/of de daarbij aangesloten organisaties zoals bijvoorbeeld Stichting Woningborg. Daarnaast bestaat Stichting Bouwgarant die ook garanties verleent.
De garanties die door deze organisaties worden verleend hebben vooral betrekking op de financiën. Dit houdt in dat de opdrachtgever een waarborg heeft in geval van faillissement van de aannemer. Doorgaans wordt de opdrachtgever in zo’n geval schadeloos gesteld door vergoeding van de kosten die met de afbouw van de woning zijn gemoeid.
Daarnaast voorziet de regeling van GIW en soortgelijke organisaties in de garantie dat de woning of onderdelen daarvan gedurende een bepaalde termijn aan bepaalde normen zal voldoen.
De afgifte van deze garanties vindt alleen plaats wanneer een overeenkomst tussen aannemer en opdrachtgever is gesloten volgens het model koop-/aannemingsovereenkomst dat door of namens het GIW en aangesloten organisaties wordt voorgeschreven. Deze koop-/aannemingsovereenkomsten worden met name gesloten bij de verkoop en realisatie van meerdere standaardwoningen bij grotere nieuwbouwprojecten.
In andere gevallen, bij aannemingsovereenkomsten voor de bouw van een enkele woning of een bedrijfsgebouw, een schoolgebouw of een ander werk op het gebied van de utiliteitsbouw, is het verlenen van garantie geregeld in standaardvoorwaarden die in de regel bij het sluiten van de overeenkomst van toepassing worden verklaard: de UAV ’89 (de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989) of de AVA ’92 (Algemene Voorwaarden voor Aanneming van werk 1992).
De UAV ‘89 bevat een regeling met betrekking tot garanties die voor onderdelen van het werk door de aannemer moeten worden afgegeven. Daarnaast bevatten de UAV ’89 en de AVA ‘92 een algemene regeling voor aansprakelijkheid van de aannemer voor gebreken aan het werk die zich na oplevering voordoen.
Deze garanties betreffen dus geen financiële, maar een technische garantie, die er in beginsel in voorziet dat de aannemer gehouden is de gebreken te herstellen, indien en voor zover die gebreken voor zijn rekening komen. Tenslotte is het mogelijk dat het bestek of de technische omschrijving – of de overeenkomst van aanneming zelf – nadere of gedetailleerde voorschriften bevatten met betrekking tot af te geven garanties.
Het spreekt vanzelf dat wanneer beroep op een garantie wordt gedaan, per geval nauwkeurig gekeken moet worden hoe de garantiebepaling precies luidt en of het beroep daarop terecht is.
Overigens is het goed het verschil tussen een garantie en een beroep op de verborgen gebrekenregeling in het oog te houden. Als geen specifieke garantie is afgegeven of daarop ten onrechte of niet tijdig een beroep wordt gedaan kan de aannemer in bepaalde gevallen toch gehouden zijn tot herstel of schadevergoeding op grond van de verborgen gebrekenregeling.
