Mag prijsverhoging bouwmaterialen worden doorberekend?

Geplaatst op 14 jun 2021 Mag prijsverhoging bouwmaterialen worden doorberekend?

De prijzen van hout, staal en kunststoffen stijgen snel. Offertes zijn daarom vaak al achterhaald voordat de inkt ervan droog is. Of (onder)aannemers en leveranciers hun prijs kunnen verhogen als de prijzen van grondstoffen en bouwmaterialen stijgen hangt af van een aantal zaken.

Hoofdregel.

Contractsvrijheid is het uitgangspunt. Een leverancier of (onder)aannemer (verder: aanbieder) mag de prijs vragen die hij wil en de klant of opdrachtgever (verder: opdrachtgever) kan het aanbod naar keuze verwerpen of accepteren.

Het kan echter zijn dat de vrijheid om een hoge prijs te vragen op grond van (pre-)contractuele afspraken is ingeperkt, bijvoorbeeld

  • door een al bestaand raamcontract
  • bij meerwerk als contractueel is vastgelegd dat voor het afprijzen de inschrijfbegroting moet worden aangehouden.

Offertestadium.

Een aanbod of offerte kan a. herroepelijk, b. onherroepelijk of c. vrijblijvend zijn.

  1. Een aanbod kan worden herroepen tot aan het moment van aanvaarding door de andere partij. Door herroeping komt het aanbod te vervallen en kan er door aanvaarding geen overeenkomst meer tot tand komen. Als een offerte is herroepen kunnen er geen rechten meer aan worden ontleend. Het staat de aanbieder daarna vrij een nieuwe offerte met een hogere prijs uit te brengen.
  2. Bij een onherroepelijk aanbod kan de aanbieder het aanbod – tijdens de gestanddoeningstermijn – niet herroepen. Bij aanbestedingen is dat bijvoorbeeld standaard het geval. Binnen de gestanddoeningstermijn kan de offerte, en dus ook de prijs, niet worden aangepast. Als de opdrachtgever aanvaardt is de aanbieder aan die prijs gebonden. Let op: een aanbod vervalt als het wordt afgewezen. Het doen van een tegenvoorstel is dus riskant want dat geldt als een afwijzing van het oorspronkelijke voorstel, dat dan direct is vervallen.
  3. Als een partij bij het doen van een aanbod vermeldt dat het aanbod vrijblijvend wordt gedaan, kan hij het aanbod zelfs meteen na aanvaarding door de andere partij nog herroepen. Er komt dan geen overeenkomst tot stand. De aanbieder kan dan alsnog (via een nieuw aanbod) een hogere prijs vragen.

Aanbestedingen.

Vooral bij aanbestedingen bestaat het risico dat een inschrijver gebonden is aan een lange gestanddoeningstermijn - die soms ook nog wordt verlengd - maar leveranciers en onderaannemers niet kan houden aan de prijzen waarmee is ingeschreven omdat met hen (nog) geen afspraken zijn of konden worden gemaakt. Vaak is dat bewust omdat de aannemer aan wie gegund wordt pas na gunning het werk kan gaan voorbereiden en dan pas beschikt over de gegevens om te kunnen inkopen. Bovendien was het tot voor kort gebruikelijk dat in dat stadium door onderhandeling een inkoopvoordeel kon worden behaald.

Samenvattend: zodra een aanbod is aanvaard komt er een overeenkomst tot stand en is de onderaannemer/leverancier in beginsel aan de aangeboden prijs gebonden, tenzij het aanbod vrijblijvend is gedaan.

Overeenkomst.

In de regel is de prijs of aanneemsom een vast bedrag en niet verrekenbaar, tenzij dit uitdrukkelijk is overeengekomen. Stijgingen van de kostprijs, door welke oorzaak dan ook, komen in beginsel voor risico van de aanbieder. Dit is alleen anders als dat uitdrukkelijk is afgesproken. Een voorbeeld van zo’n afspraak is het van toepassing verklaren van een risicoregeling of prijsindexatie zoals de BDB index. Die zijn vaak echter niet adequaat als de prijzen plotseling en heftig bewegen. Bovendien wordt vaak niet duidelijk genoeg afgesproken welke reeks moet worden aangehouden.

Ook bij het uitvoeren van werk in regie of als een stelpost is overeengekomen kunnen prijsstijgingen ten laste van de opdrachtgever komen omdat de aannemer de werkelijk gemaakte kosten (al dan niet verhoogd met een opslag) kan doorbelasten aan de opdrachtgever.

Samenvattend: bij een overeenkomst geldt: afspraak is afspraak. Zowel een vaste prijs als een aan te passen prijs met wél de mogelijkheid tot doorbelasten van de werkelijke kosten zijn gebaseerd op de tussen partijen gemaakte afspraken.

Uitzondering.

In bijzondere gevallen kan de vaste prijs worden aangepast door een beroep te doen op wijziging van de overeenkomst wegens onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW). In procedures over de gevolgen van de coronacrisis is op dit artikel veelvuldig een beroep gedaan.

De wet (art.7:753 BW) kent voor aanneming van werk de bijzondere regeling van de kostenverhogende omstandigheden. De gebruikelijke bouwvoorwaarden zoals de UAV 2012 (paragraaf 47)  en de AVA 2013 (art. 5) kennen een vergelijkbare regeling

Ondanks dat de prijs voor het werk vast is kunnen hogere kosten op grond van art. 7:753 BW worden doorberekend als deze het gevolg zijn van omstandigheden die:

  1. na het sluiten van de ontstaan of aan het licht komen;
  2. de aannemer bij het bepalen van de prijs geen rekening heeft behoeven te houden met de kans op zulke omstandigheden
  3. niet aan de aannemer kunnen worden toegerekend
  4. mits de aannemer de opdrachtgever zo spoedig mogelijk voor de noodzaak van een prijsverhoging heeft gewaarschuwd

Deze vereisten hebben “overmacht-achtige” trekken en de rechter zal terughoudend zijn aan te nemen dat aan de criteria is voldaan. Bovendien zal dan niet de hele prijsstijging worden gehonoreerd maar alleen de prijsstijging die buiten de normale prijsfluctuaties in de markt valt.

Paragraaf 47 UAV stelt als aanvullende voorwaarde dat het moet gaan om omstandigheden “die de kosten van het werk aanzienlijk verhogen”. Dat staat niet in art. 7:753 BW maar het is aannemelijk dat dit ook in dat geval geldt en dat beperkte prijsstijgingen voor risico van de aannemer blijven.

Een ander verschil tussen de UAV het BW is dat degene die zich beroept op art. 7:753 BW naar de rechter moet om de prijs te laten aanpassen terwijl de UAV bepalen dat de aannemer een aanspraak heeft op bijbetaling als aan daarvoor gestelde criteria is voldaan. Dat hoeft dus niet eerst te worden vastgesteld door de rechter. Dat neemt niet weg dat, als het partijen het oneens zijn (en blijven) en de opdrachtgever niet betaalt, alsnog in een procedure moet worden vastgesteld of terecht aanspraak wordt gemaakt op bijbetaling.

In alle gevallen zal concreet bewijs geleverd moeten worden dat in er deze concrete situatie geen andere mogelijkheid bestond dan bij de inkoop de verhoogde prijs te accepteren. Een algemeen beroep op prijsstijgingen is niet genoeg.

Let op: Sommige opdrachtgevers sluiten een beroep op par. 47 UAV uit. Vooral sinds de coronacrisis duiken  er steeds vaker contractbepalingen op die het risico van onvoorziene en/of kostenverhogende omstandigheden uitdrukkelijk toebedelen aan één van partijen.

Naar aanleiding van de explosieve stijging van de staalprijzen in 2008 zijn een aantal standaarduitspraken gedaan over kostenverhogende omstandigheden. De meest aangehaalde uitspraak – waarbij mr. Wim Heijltjes was betrokken –  dateert uit 2017 (RvA nr. 72.067 uitspraak in hoger beroep). Het betrof een prijsstijging door een onderaannemer staalbouw. Uit die uitspraak is wel als vuistregel af te leiden dat een prijsstijging aanzienlijk is als de kosten van het werk met meer dan 20% zijn gestegen. Dat percentage kan echter anders (lager) zijn voor de hoofdaannemer in diens relatie tot de opdrachtgever. In de genoemde uitspraak werd dat percentage bovendien vastgesteld op grond van de specifieke (markt-)omstandigheden van dat geval. Het is dus zeker geen vaststaand uitgangspunt.

Conclusie:

Of een hogere prijs of bijbetaling kan worden gevraagd is afhankelijk van de tussen partijen gemaakte afspraken. Als er nog niets is afgesproken is er contractsvrijheid en doet de markt zijn werk. Toepasselijk verklaren van een risico-/indexeringsregeling is een optie maar deze loopt vaak achter de feiten aan.

Een aanbieder kan zijn vrijheid om een hogere prijs te vragen beperken door de prijs gedurende een bepaalde termijn gestand te doen. In dat geval dient de aanbieder er op te letten dat zijn eigen inkoopprijs ook vast ligt. Nadat een overeenkomst is gesloten kan een vaste prijs in bijzondere gevallen worden aangepast. Dat zal echter niet snel het geval zijn en dan zal niet de hele prijsstijging doorbelast kunnen worden.

Heeft u vragen over kostenverhogende omstandigheden of andere vragen op het gebied van vastgoed en bouwrecht? Bel of mail voor een kennismaking en een kosteloos advies.

Peter Verstegen, Heijltjes advocaten,

email: verstegen@heijltjes.nl tel: 031620411494

 

Terug naar het nieuwsoverzicht