𝗗𝗲 𝗮𝗮𝗻𝗻𝗲𝗺𝗲𝗿 𝗸𝗮𝗻 𝗮𝗮𝗻𝘀𝗽𝗿𝗮𝗸𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸 𝘇𝗶𝗷𝗻 𝗮𝗹𝘀 𝗲𝗲𝗻 𝗯𝗼𝘂𝘄𝘄𝗲𝗿𝗸 𝗲𝗲𝗻 𝗯𝗼𝘂𝘄𝘃𝗮𝗹 𝗱𝗿𝗲𝗶𝗴𝘁 𝘁𝗲 𝘄𝗼𝗿𝗱𝗲𝗻

Geplaatst op 15 mei 2026 𝗗𝗲 𝗮𝗮𝗻𝗻𝗲𝗺𝗲𝗿 𝗸𝗮𝗻 𝗮𝗮𝗻𝘀𝗽𝗿𝗮𝗸𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸 𝘇𝗶𝗷𝗻 𝗮𝗹𝘀 𝗲𝗲𝗻 𝗯𝗼𝘂𝘄𝘄𝗲𝗿𝗸 𝗲𝗲𝗻 𝗯𝗼𝘂𝘄𝘃𝗮𝗹 𝗱𝗿𝗲𝗶𝗴𝘁 𝘁𝗲 𝘄𝗼𝗿𝗱𝗲𝗻

𝗗𝗲 𝗮𝗮𝗻𝗻𝗲𝗺𝗲𝗿 𝗸𝗮𝗻 𝗮𝗮𝗻𝘀𝗽𝗿𝗮𝗸𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸 𝘇𝗶𝗷𝗻 𝗮𝗹𝘀 𝗲𝗲𝗻 𝗯𝗼𝘂𝘄𝘄𝗲𝗿𝗸 𝗲𝗲𝗻 𝗯𝗼𝘂𝘄𝘃𝗮𝗹 𝗱𝗿𝗲𝗶𝗴𝘁 𝘁𝗲 𝘄𝗼𝗿𝗱𝗲𝗻


De Hoge Raad ("HR") heeft weer een aantal oude arresten gepubliceerd. Eén daarvan uit 1932 gaat over een opdrachtgever die voor een verbouwing is gewezen op de wenselijkheid van onderheiing, maar heeft gekozen om dat achterwege te laten. Na oplevering ontstaan verzakkingen en scheuren.

De opdrachtgever stelt de aannemer aansprakelijk op grond van art. 1645 van het oude Burgerlijk Wetboek ("OBW"). Hierin staat dat als een gebouw "geheel of gedeeltelijk vergaat door een gebrek in de samenstelling, of zelfs uit hoofde van de ongeschiktheid van den grond, (..) de (..) aannemers daarvoor, gedurende tien jaren, aansprakelijk" zijn.

In eerdere arresten (1929 en 1930) maakte de HR duidelijk dat met verzakking en scheuren geen sprake is van het "geheel of gedeeltelijk vergaan" van een gebouw: art. 1645 OBW was dus niet van toepassing. Dat wilde niet zeggen dat de aannemer niet aansprakelijk kon zijn: de HR wees erop dat een aannemer buiten art. 1645 OBW om na oplevering aansprakelijk kan zijn wegens wanprestatie.

De opdrachtgever stelt dat de aannemer gehouden was om het bestek af te keuren of te weigeren uit te voeren. Hij zou niet 𝘲𝘶𝘢𝘴𝘪 𝘢𝘤 𝘤𝘢𝘥𝘢𝘷𝘦𝘳 achter een bestek aan mogen lopen, maar moeten weten dat de bodemgesteldheid fatale gevolgen meebracht. Als hij niet aansprakelijk wilde zijn, had hij zijn aansprakelijkheid moeten beperken, hetgeen hij niet heeft gedaan.

De HR gaat daar niet in mee. De aannemer heeft het werk uitgevoerd volgens het bestek en de tekeningen. Er was dus geen sprake van wanprestatie.

𝗔𝗮𝗻𝘀𝗽𝗿𝗮𝗸𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸𝗵𝗲𝗶𝗱 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝘂𝗶𝘁𝗴𝗲𝘀𝗹𝗼𝘁𝗲𝗻

De stelling dat de aannemer moest weigeren om het werk uit te voeren, werd niet beoordeeld omdat die niet was gesteld in de inleidende dagvaarding. De A-G wijst erop dat als er al sprake zou zijn van wanprestatie, dit hooguit kan bestaan in het aanvaarden van een opdracht waarvan bekend was dat die door de ongeschikte bodem onuitvoerbaar was. De A-G laat in het midden of dit daadwerkelijk wanprestatie oplevert.

𝗗𝗲 𝗵𝘂𝗶𝗱𝗶𝗴𝗲 𝗽𝗿𝗮𝗸𝘁𝗶𝗷𝗸

De huidige regelingen zijn een stuk duidelijker. Een opdrachtgever is verantwoordelijk voor een ter beschikking gesteld ontwerp. De aannemer moet waarschuwen voor 'kennelijke' of 'klaarblijkelijke' onjuistheden in dat ontwerp of ongeschiktheid van de ondergrond.

Art. 1645 OBW is vervangen door art. 7:758 BW. Na oplevering kan de aannemer in bepaalde gevallen aansprakelijk zijn voor gebreken aan het werk. Die aansprakelijkheid kan zien op gebreken waardoor een werk is vergaan en op andere gebreken. Die aansprakelijkheid kan worden beperkt, maar die vrijheid is ingeperkt met de inwerkingtreding van de Wkb.

Hulp nodig bij aanspraken wegens (verborgen) gebreken aan het werk of het beperken van aansprakelijkheid? Neem gerust contact op.

Terug naar het nieuwsoverzicht